Waar is het veilig?

Wie snel wil schaatsen na de eerste vorstnachten kan goed terecht op de combibanen in ons land. Het zijn gecombineerde skeeler- en schaatsbanen die na enkele nachte dweilen al geschikt zijn om te beschaatsen.

Combibanen zijn het eerst beschaatsbaar

Combibanen zijn het eerst beschaatsbaar

Als het een aantal nachten na elkaar goed gevroren heeft, zijn de landijsbanen en ondergelopen landjes het veiligst om het ijs op te gaan. Het blijft echter altijd uitkijken geplazen. En al is er geen gevaar, soms kunnen enkele het ijs voor velen echt verpesten door er te vroeg op te gaan.

Landijsbanen, open na een paar flinke nachten vorst

Landijsbanen, open na een paar flinke nachten vorst

Schaatsen is op zich een veilige sport, maar zodra wat met z’n duizenden op het ijs gaan, zonder dat er uitgezette tochten zijn, liggen de gevaren op de loer. Vooral wie zelf op avontuur gaat, loopt grote gevaren.

Veilige plekken

  • Combibanen (soms al na een of twee nachten)
  • Landijsbanen (na enkele dagen aanhouden vorst)
  • Vennetjes en ondiepe meren
  • Ondiepe uiterwaarden
  • KNSB goedgekeurde tochten(berekend op grotere aantallen mensen)

Soms is de situatie anders dan je denkt of ziet. Ook schaatsen we natuurlijk gemakkelijk met anderen mee. Een paar voorbeelden uit de praktijk. (met dank aan de inbreng van Stichting Veilig Natuurijs)

Voorbeeld 1 : Oostvaardersplassen
Vaak is het zo dat een deel van een meer ondiep is en een ander deel niet. Daar is het ijs vaak ook dunner. Dat is meestal niet te zien. Een goed voorbeeld zijn de Oostvaardersplassen. Daar is het bijna overal tussen 0,5 en 1 m, maar ja op sommige plekken net niet. Schaatsers beginnen zo nietsvermoedend een tochtje op een ondiep meer, gaan dan toch met andere mee op een verbindingskanaal of een boezemwater ofzo. Niemand weet hoe diep het daar is. En een paar schaatsers kan het ijs misschien nog wel dragen, maar niet als er ineens 3 schaatsers op een vierkant meter dun ijs komen. Wees daar dus altijd op bedacht.

Voorbeeld 2: Ransdorper Die
Een ander voorbeeld is Waterland: Ransdorper Die, plusminus 1 m diep water, maar daaronder zit een dikke laag veen. Daar stond op zo ongeveer laatste dag in de winter van 2008/2009 (vrijdag in de dooi/herstelvorst week) vlak voor het donker iemand op de bodem, met zijn hoofd ruim boven water uit, maar hij kwam er toch niet alleen, zonder priem, uit.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat het schaatsen met ijspriemen en touw eigenlijk altijd noodzakelijk is bij alle niet landijsbanen/goedgekeurde tochten.

Zo schaats je veilig

  • Overtuig je zelf van de ijsdikte op meer plaatsen
  • Informeer ter plekke naar de omstandigheden
  • Ga nooit alleen het ijs op
  • Meld anderen waar je gaat rijden
  • Neem bij onzeker ijs(zie voorbeelden)  ijspriemen en reddingstouw mee
  • Wees steeds bedacht op onveilige plekken (wakken/dunner ijs)
  • Steek geen onbekende stukken over (meren/vaarten)

Verraderlijk gevaarlijk

  • Een laagstaande zon beneemt het zicht onverwachte plekken in het ijs
  • Mist is ook op het ijs verraderlijk; let op de oriëntering
  • Schemering kan het zicht op wakken belemmeren (rij voorzichtig)

Meer informatie:

Een filmpje van RTV Utrecht in de winter van 2008/2009