Om de site ook buiten de winter actief te houden hebben we plaats gemaakt voor columns. Soms zelf geschreven soms door anderen. We ruimen graag een pekje in voor anderen die ook iets met natuurijs hebben, door hun werk of gewoon uit passie. Heb jij belangstelling om er ook een te schrijven of weet jij iemand die dat zou willen? Tip ons en we nemen contact op. Mail naar: column@natuurijswijzer.nl 

Wichert van Engelen, initiator NatuurijsZweden: 

Een gouden randje

column Wichert van Engelen

We hebben een onvrije winter achter de rug. 1.5 meter, geen bijeenkomsten, lockdowns, weinig visite, noem maar op. Op de schaatsbaan was het ook behelpen. Nu is schaatsen op de baan per definitie minder vrij dan in de natuur: na 100 meter komt er toch echt wéér een bocht (en die is nooit een keer rechtsaf). Maar dit jaar was het van te voren aanmelden, strikt 1 uurtje schaatsen, niet ná de les nog even uitrijden, geen koffie drinken achteraf en zeker niet: het is mooi weer, ‘kom ik ga eens naar de baan’.
Zelfs schaatsen in de grootse leegte op een meer in Zweden (geen 1.5 m afstand maar 1.5 km) zat er niet in. Ja, als je expat bent die in Zweden woont. Maar er naartoe reizen was niet de bedoeling. En alle grotere evenementen werden afgelast.
En toen was het opeens: IJs! In een razend tempo lag er door het hele land een redelijke ijslaag. De zon brak door. 4-5 dagen absolute pret. Nederland ging los.
Overal wordt geschaatst. Het genot is op de gezichten af te lezen. En zoals het hoort op natuurijs: Wildvreemden spreken elkaar aan, vertellen elkaar waar het ijs het mooist is, waar je kunt genieten van glad zwart ijs, waar het wak zit, dat het zo’n feest is, dat ze een ijsvogeltje hebben gespot, dat we het al zo’n tijd hebben gemist, en vooral dat het zo’n heerlijk gevoel is. De essentie van schaatsen op natuurijs: in alle vrijheid, even alle zorgen vergeten, genieten van het ijs en het weer.
Het duurde maar 4 dagen, maar het gaf deze winter toch een gouden randje.

Wichert van Engelen, initiator en webmaster NatuurijsZweden.nl en beeldend kunstenaar FrozenSteel.nl

Marnix Koolhaas, historicus en schaatsanalist: 

De Amstelbocht

Column Marnix Koolhaas

Elke schaatsliefhebber heeft zo zijn eigen rituelen als de ‘vorstpluim’ zich aandient. Als de grootste opwinding is gezakt en de kans dat er echt geschaatst kan worden steeds groter wordt, pak ik als eerste mijn natuurijs-Salomons uit de kast en ga ze eens lekker slijpen. Vaak zijn ze nog scherp genoeg, maar het slijpen is voor mij een vanzelfsprekend ritueel om de schaatskoorts stabiel te houden. Schaatsen scherp, uitrusting in orde? Oké, laat de vorst nu dan maar komen!

Als de pluim zich tegenwoordig aandient, duurt het nog minstens drie dagen voordat er echt geschaatst kan worden. Ik behoor niet tot de durfals die graag als eerste een schaatsspoor trekken op nog maagdelijk ijs. Mijn ‘pluim-ritueel’ bestaat uit een rondtochtje langs de natuurijsbanen in de buurt. Die banen, we hebben er in Nederland ondanks de stijgende temperaturen nog steeds een paar honderd, fascineren me al jaren als prachtige landmarks van onze eeuwenoude schaatscultuur. De dag na de sneeuwval en de inval van de vorst stapte ik verwachtingsvol op mijn bakkersfiets met stevige winterbanden. Hoe zouden ze er bijliggen? In mijn directe omgeving liggen in Diemen, Driemond en Ouderkerk a/d Amstel (de Amstelbocht) drie landijsbanen die ik in een uurtje langs kan fietsen.

Grote vraag was: lag er al ijs voordat de sneeuw viel? Diemen lag er mooi bij, maar vreemd genoeg geen enkel teken van leven. Waar was het ijsclubbestuur? In Driemond hetzelfde beeld: een mooi ijslaagje, maar geen enkele activiteit. Gelukkig was er op de prachtig achter de molen De Zwaan gelegen ijsbaan van ijsclub De Amstelbocht wél activiteit te bespeuren. Het hele bestuur was druk bezig om voorzichtig het laagje sneeuw van het ca. drie centimeter ijs te vegen zodat de baan voldoende zou kunnen aanvriezen om in elk geval voor de leden open te kunnen gaan. Ook in het clubhuis was het een drukte van belang. Want hoe richt je een ijsbaan met koek-en-zopie in volgens coronarichtlijnen? Gelukkig bleek het aloude improvisatievermogen van de Amstelbochters nog volledig in tact. Binnen een dag was de baan corona-proof en konden de leden twee dagen genieten van het oeroude ijsvermaak op één van de mooist gelegen ijsbanen van ons land.

En toen de Tsjechische televisie (!) mij belde om toch eens uit te leggen waarom de sport van Martina Sablikova – zij reed hetzelfde weekend het wereldkampioenschap in Heerenveen! – in Nederland bij vorst tot zo’n enorme schaatskoorts leidt, kon ik natuurlijk maar één locatie kiezen om dat te vertellen: de ijsbaan met de molen.

Marnix Koolhaas is Nederlands historicus en schaatsanalist; Wikipedia

Arie-Verrips, ex-weerman RTVUtrecht: 

Die mooie winters van vroeger

column Arie Verrips

Niet alleen de winters, maar ook de aanloop naar winters weer was vroeger leuker dan nu. In oktober werd in het weerbericht voor hooguit een paar dagen vooruit gesproken over nachtvorst. Als klein kind zat je dan al op de punt van je stoel want je wist dat de winter er aan kwam. En moeder serveerde de eerste boerenkool. Wat later hoorde je: “Regen, in het binnenland voorafgegaan door sneeuw”. De winter kwam dichterbij. Er werd inmiddels niet meer gesproken van nachtvorst, maar van lichte tot matige vorst. Dat was wat! Er vormde zich ijs op de wateren. Wanneer zouden we kunnen schaatsen?

In december bleef de sneeuw soms liggen en werd de vorst heviger. Strenge vorst, orakelde het KNMI! En ondanks het nadrukkelijke verbod van je vader of moeder ging je na een paar dagen het ijs proberen. Krakend en wel, maar het hield! Soms zag je een vriendje, of jezelf, door het ijs zakken en in dat geval probeerde je jezelf droog te lopen, opdat je ouders niet zagen dat je door  het ijs was gezakt. Het weerbericht kondigde aanhoudende vorst aan en als er dan nog meer sneeuw viel wist je het zeker: Je kon gaan schaatsen. IJsbanen en vijvers in plantsoenen werden geveegd en het werd steeds drukker op het ijs. Op school kreeg je soms ijsvrij en mocht je met de klas een toertocht rijden. Wij gingen destijds wel naar Ankeveen of de Loosdrechtse plassen, want ik ben in het Gooi opgegroeid.

Vele weerberichten verder viel de dooi in en dat was ook wel weer leuk. Je zag mensen glibberen over beijzelde wegen en/of er viel een dik pak sneeuw, dat evenwel vaak snel weer verdween. Als kind vond je het allemaal prachtig. En soms wisten ze het bij het KNMI het ook niet en viel er bij verrassing een pak sneeuw of ging het na invallende dooi bijna meteen weer vriezen.

De klimaatverandering slaat ook steeds meer toe. Sneeuw en schaatsen begint in schaatsland Nederland steeds meer op een curiositeit te lijken. Toch kan Koning Winter als een duveltje uit een doosje nog steeds opeens te voorschijn komen. Dat zagen we in het voorjaar van 2013, toen het nog in april regelmatig sneeuwde. En in 2018 was het zo koud dat op wateren die in de schaduw lagen zowaar een schaatsbaar ijsvloertje ontstond. Alleen daar, want op zonbeschenen wateren deed de zon haar werk, ondanks de pittige vorst tijdens de nachten.
En ook bijzonder was het natuurlijk in februari van dit jaar. Er was sprake van een heuse sneeuwjacht en er kon een paar dagen worden geschaatst.

Laatst had ik het er over met een goede vriend, die ook graag aan allerlei sporten doet, of er ooit nog een Elfstedentocht zou komen. En of we in een winter wel weer eens een paar weken konden schaatsen. Ik zag mijn schaatsactiviteiten somber in.
Nou, zei die vriend: “Dan ga je die Elfstedentocht toch rolschaatsen? Of we gaan hem fietsen!”
Of iemand ooit de Elfstedentocht op rolschaatsen zal uit rijden lijkt me twijfelachtig, maar de Elfsteden-fietsroute, ja die gaat op de bucketlist voor de komende zomer!

Arie Verrips was tot maart 2021 weerman bij RTVU Utrecht; kenmerkend waren zijn fietstochten in de regio Utrecht, zijn bekendheid met diverse plaatsen en de reactie van het weer daarop en zijn dagelijkse weerspreuken

Rien de Roon, oud langebaan- en marathonschaatser:

De Karst, profwielrenner in hart en nieren,
maar buitenijs, zijn grote liefde

column gerben karsten

De telefoon ging; Gerben Karstens aan de lijn. Het was rond 1976, noord-oosten wind en bitterkoud. ,,Rien waar ga jij morgen rijden?” vroeg hij. ,,Hoor jij niet op trainingskamp in Spanje zitten?” was mijn eerste vraag. Raleigh met ploegleider Peter Post waar Gerben als beroepsrenner bij reed zat op trainingskamp in het warmere Spanje.

“Nee”, antwoorde hij resoluut, “Ik heb tegen Peter gezegd, ik kom een weekje later want ik ga eerst buitenijs wedstrijden schaatsen. Je weet ik ben gek op natuurijs. Hij was akkoord als ik maar 10 dagen later in orde zou zijn bij de etappecourse in Andalusië.”

Gerben ken ik vanuit mijn nieuwelingentijd als wielrenner van 17 jaar. De eerste ontmoeting was bij de Ronde van Puttershoek. Hij won de course. Na afloop reden we met rugzak op naar huis d.w.z. ik naar Rotterdam en hij helemaal naar Leiden. Op de 3e Barendrechtseweg moesten we op een fietspad rijden maar Karstens zei:,, Dat geldt niet voor wielrenners” met als gevolg dat oom agent ons aanhield en we allebei een bekeuring kregen.

Gerben: “ik ga in Onderdijk in Noord Holland een 100 km wedstrijd rijden en de dag er op een 100 ronden in Ter Aar.” De volgende dag haalde hij me op in een dikke Mercedes. Gerben was een goed betaalde beroepsrenner in die tijd met inmiddels een geweldige palmares en touretappes in de pocket. Hij had ook schaatstalent want hij had ook nog twee jaar in de kernploeg gezeten met o.a.  Ard, Kees en Rudie Liebregts.

We vertrokken naar Noord Holland en er werd alleen maar over de sport gesproken. Onderweg: ,,Rij jij even een stukje Rien, ik moet wat eten”. Hij haalde een Tupperware bak uit zijn tas met rijst en vruchten en at de hele bak leeg. Hij was zijn tijd al ver vooruit….Ik propte 2 boterhammen met kaas naar binnen.

Voor Gerben was het marathonpeloton nieuw terwijl ik iedereen kende toen we in Onderdijk een gehucht van 5 huizen een klein cafeetje instapte waar de inschrijving was. Het was er druk en warm. Je kon je kont niet draaien. We schreven in en Gerben keek rond naar dat armoedige manier van verkleden. Hij was inmiddels anders gewend. De schaatsers zaten in alle hoeken en gaten. Zelfs werd er op het toilet en achter een klein toneeltje verkleed. Ik probeerde nog bij Jos Pronk te informeren of er geen andere ruimte was om te verkleden, maar nee er was niks anders. “Ik heb het al gezien Rien, hier gaan we niet verkleden maat!” sprak Gerben. “Kom maar op.”

We liepen met onze tas naar buiten de dijk op de vrieskou in. “Ik heb al een plek gezien sprak” hij resoluut. We liepen op een bungalow af met een tuin rechtstreeks aan het ijs. Gerben belde aan met een foto als wielrenner in zijn hand. Verwachtingsvol keken we naar de deur. Een oude man deed verrast kijkend open. Terwijl hij hem de foto in de hand drukte sprak hij: ,,Hallo meneer. Ik ben Gerben Karstens , U weet wel van de Tour de France. Kunnen wij bij u verkleden want wij moeten een schaatswedstrijd rijden en in het cafeetje is het veel te druk.” De oude man was gelijk akkoord en zo zaten wij bij de warme kachel onze schaatsen aan te trekken terwijl de rest van het peloton met de kont in het bevroren graskantje zaten te klooien.

De uitslag van de wedstrijd weet ik niet meer, wel weet ik dat ik een dag later de 100 ronden wedstrijd in Ter Aar won. De hele week heeft Gerben volle bak op buitenijs kunnen rijden en vertrok na een week naar het trainingskamp bij Peter Post en zijn collega’s in Spanje. Verrast was ik toen ik in de krant las dat de Karst drie etappes in Spanje won met alleen schaatskilometers in de benen….

Rien de Roon was langebaan- en marathonschaatser met een groot aantal overwinningen op zijn naam; hij schreef enkele boeken; hij vertelt met groot enthousiasme uit zijn schaatsverleden. Lees meer

Pieter P. Bult, schaatstrainer/coach: 

Goed beslagen ten ijs komen; hoe doe je dat?

goed beslagen ten ijs

Nu de winter definitief in zomerslaap is gevallen hebben de schaatsers de ijzers weer tijdelijk opgeborgen. Tijdelijk, want het wordt ooit weer winter….
Daarom houden zij ook in de zomer hun conditie zoveel mogelijk op peil en proberen ze als het kan ook de techniek niet kwijt te raken. Maar hoe doe je dat?

Naast het hardlopen pakken veel schaatsers de racefiets. Ook zie je dat het skeeleren in populariteit toeneemt. Het is een uitstekend trainingsmiddel voor het schaatsen. Lekker de vaart erin houden én het helpt ook je techniek te verbeteren. Ook fitnessen is prima om specifieke spiergroepen te versterken. En met lenigheidstrainingen en het bewegen op muziek kun je qua coördinatie goed uit de voeten. Verder zijn natuurlijk tal van specifieke schaatssprongen en -oefeningen aangevuld met circuitvormen mogelijk.

Veel mensen denken dat je eerst goed moet kunnen schaatsen of skeeleren voordat je naar een schaatsvereniging zou kunnen stappen. Maar ook als je nog niet of nauwelijks kunt skeeleren of schaatsen, kan je best lid worden van een club. Als je eenmaal bezig bent, krijg je het “virus” al snel te pakken en reken maar hoe dat werkt. En dit virus raak je niet zomaar kwijt.

Voor de meeste schaatsers is er wel een schaatstrainingsgroep in de buurt waar je eerdergenoemde trainingen en specifieke vormen kunt beoefenen. Onder leiding van gediplomeerde trainers kan iedereen volledig aan zijn of haar trekken komen. Het aanbod aan trainingsmogelijkheden is zeer gevarieerd.  En het leuke  is: ze worden op ieders niveau afgestemd om zodoende weer goed beslagen ten ijs te komen. En nog een mooi bijverschijnsel: je bent niet alleen klaar voor een nieuw seizoen maar het geeft je ook nog eens een sterkere weerstand.

Pieter B. Bult is schaatstrainer/coach en voormalig hoofd opleidingen/breedtesport van de KNSB alsmede ex-voorzitter Schaats- en Skeelervereniging “de IJsster”

Mark Hilberts, schaatsjournaist en publicist:

Massaal individueel

column natuurijswijzer Mark Hilberts

Je mag wel een feestje geven, maar je moet zelf de slingers ophangen. Zoiets moet het zijn. Het is inmiddels een ruime maand geleden. Een goed feestje blijft lang nagalmen. In dit geval een schaatsfeest, want het cadeautje dat moeder natuur ons gaf in het weekend van 12 en 13 februari 2021 was van een ongekende schoonheid. Schaatsen over zwart ijs, tussen rietkragen, via kleine polderslootjes naar de kanalen en plassen. Ondanks de klimaatveranderingen zijn er nog steeds van die momenten dat koning winter even de teugels in handen neemt. Na twee nachten vorst wordt er dan een nieuwe wereld geschapen. In dat ijspaleis gelden andere gebruiken. Op het ijs waait een andere wind. Hollandse meester legden het ooit net zo fanatiek vast, als wij met onze smartphones. Geen detail mag verloren gaan. Het leven verandert als de temperaturen onder nul duiken en Nederland massaal op schaatsen staat.

Ondanks alle coronabeperkingen, angst voor ongelukken en calamiteiten en de luide roep om strakke organisatie, laat koning winter zich niet sturen. De opwinding van het gekras van de ijzers en de lokroep van de nieuwe wereld is veel sterker dan wie of wat dan ook. Op het ijs is iedereen vrij. Niet de geveegde baan, maar de eigen route bepaalt dan de koers.

Grote ongelukken bleven uit. Tegemoetkomende schaatsers werden gewaarschuwd voor slecht ijs. Er werd weer naar de lucht gekeken en geluisterd naar de geluiden van het ijs. Onderweg werd er geremd voor onbekenden als een scheur of barst in het ijs door een onfortuinlijke schaatser te laat was opgemerkt.

Een helpende hand werd zo makkelijk geboden, dat de vraag onmiddellijk oprees, waarom nu wel en in zoveel andere gevallen niet. Sommige wat oudere schaatsers dachten misschien nog weemoedig terug aan de tijd van koning winter, toen er nog in elke krant de ijsagenda werd vermeld. De Twee Provinciën-tocht, De ronde van de Alblasserwaard, Watergang oost of west en de Tiendorpentocht. Alleen al de voorpret van het bekijken van de ijsagenda, in de behaaglijk warme ijskamer met dampende koffie en snert, was al een feestje.

De tijd van het ophalen van een startkaart in een oud gammel hok ergens bij een landijsbaan in de polder lijkt voorbij. De stokoude secretaris van de plaatselijke ijsclub, die met een sigaar half in de mond nukkig een startkaart verkoopt en nog even rommelt in het bakje met dubbeltjes en kwartjes voor het wisselgeld, had nu de toegangsdeuren voor het publiek van de ijsclub ‘ons genoegen’ stevig dichtgespijkerd.

De ijsvloer van de landijsbaan bleef leeg en de toegangswegen naar de plassen waren provisorisch afgezet met touw. Het gaf een troosteloze aanblik. Corona, vergunningen en verkeersregelaars, hadden de gezellen van koning winter het weer onmogelijk gemaakt. ‘Misschien komt het ook wel nooit meer terug’, dacht de stokoude secretaris in een pessimistische bui, terwijl hij onder de bestuurstafel van de alleen voor het bestuur toegankelijke ijsclub zichzelf nog een keer bijschonk met pittig sop.

We treurden even om de teloorgang, maar niet lang, toen we het jongetje en zijn vader samen de grote plas op zagen schaatsen werden we geraakt doordat beeld. We hoorden juichkreten van ze en keken ze na tot ze langzaam uit zicht verdwenen. We schaatsten  door tot de zon onderging. De medaille konden we niet ophalen in het oude hok. Die lieten we later zelf maar vervaardigen, want bij een eigen feestje, moet je wel zelf de slingers (blijven) ophangen.

Mark Hilberts is schaatsjournalist en publiceerde diverse boeken over de Elfstedentocht, ijsclubs en Reinier Paping; een volledige lijst is te vinden op:  www.markhilberts.nl 

Marlies de Jong, schaats- en skeelertrainer:

Zou het dan toch nog?

Hoe lang is het nu alweer geleden, die ‘ouderwetsche’ winter met schaatsplezier voor iedereen. Kinderen die op haastig aangeschafte of via-via geregelde slecht zittende schaatsen hun eerste krassen op het ijs wagen. Dichtgevroren meren omzoomd door gouden rietkragen en een witte deken over de akkers en weilanden. Grachten met sierlijke kunstschaatsers en een durfal die conform verwachting een wak in reed.
Eindelijk naar buiten! Volle teugen genieten van het winterzonnetje in een landschap dat zo door Hendrick Avercamp geschilderd had kunnen worden. Maar even snel als hij kwam, was de winter weer verdwenen.
Ineens stonden de voorpagina’s van de kranten bol van de foto’s van mensen die ondanks het verbod de terrassen bestormden alsof het volop zomer was. Genietend van de temperatuur met dubbele cijfers. Biertje, borreltje, bitterbal, dat genre. Totdat ook hier abrupt, met ingrijpen van hogerhand ditmaal, een einde aan kwam.

En daar was de vorst ineens nog even terug. Alleen ’s nachts weliswaar, maar toch.
Zou het dan toch nog een keer……? Het ís vaker voor gekomen in maart. Denk maar aan winter 2017-2018, of langer terug 1962-1963. De handschoenen en sjaals kwamen weer tevoorschijn. De autoruiten moesten weer gekrabd. De racefiets, al van stal, toch maar weer even parkeren?
Helaas mag niet zo zijn. Het blijft bij een kleine déjà vu van die mooie ‘ouderwetsche’ winter van alweer ruim een maand geleden…

Marlies is schaats- en skeelertrainer en master bij het schaatsen in de categorie 55-60; seizoen 2019-2020 werd zij 3e op het NK te Utrecht

De absolute vrijheid van het ijs

Bewaren

natuurijs vrijheid coronawinter

We hadden al een heftig jaar achter de rug sinds de wintersporters terugkwamen uit de door corona getroffen wintersportgebieden. Een reeks van maanden met maatregelen volgden. Wie had dat voor mogelijk gehouden: winkels en horeca gesloten? Bossen en recreatiegebieden afgesloten. Adviezen om vooral niet erop uit te trekken.
En velen deden het: recreëren in eigen gebied. Al was het maar om het eigenbelang, want vele toegangswegen naar waar je zijn wilde liepen vol. En toen kwam de winter in beeld. Pessimisten dachten dat het wel niks zou worden. “Vroeger kon je iedere winter schaatsen”. Ja, ja, geloof je het zelf? “En door die opwarming van de aarde kun je het ook wel schudden.”
En dan komt het Elfstedenbestuur met de ontnuchterende opmerking dat er geen tocht gehouden zou worden, ook al was de ijsdikte genoeg. Dat zou wat zijn! Gelukkig bleef het zacht weer: die discussie was in ieder geval niet nodig over hoe het in Leeuwarden zou moeten gaan met beperkingen.
Kunstijsbanen met een kap gingen dicht, andere banen werkten met een tijdslot. Er werd geschaatst; dat wel. En het werd december en januari: de liefhebber draaide zijn rondjes om z’n kilometers te maken. Want je weet maar nooit.
En toen kwam februari met de eerste berichten over komende koude. Eerst maar eens zien. En we zagen het: de droom kwam uit: de sneeuw zorgde voor een prachtig decor, de nachten werden kouder en kouder. Het ijs groeide en groeide. En de tweede week februari gingen de eersten na een paar nachten het ijs op. Gekkewerk over zo’n dun ijs? Maar de pioniers werden zoals altijd weer gevolgd door anderen: woensdag hup de sloten op, de vaarten en meren op donderdag, waarom ook niet? Geen dranghekken, want schaatsliefhebbers stop je niet met dranghekken. Niet met rode linten of elektronische oproepen op de toegangswegen. Met niets. Ze gaan omdat het moet. En wonderwel: het liep best goed. Iedereen vond overal wel ijs.  Deze mini-schaatswinter is het ijs coronaproof gebleken. Wat een vrijheid na de ophokplicht.

Weer zo’n pesterige wintertje

natuurijs winter schaatsen

Je hebt van die winters waarbij het aardig koud kan zijn, gewoon guur en berenkoud. Maar wat heb je eraan als schaatsliefhebber? Niks toch?
Van die dagen dat het in de nacht wel een beetje vriest, maar overdag alleen maar koud aanvoelt door de wind. En dan een vliesje ijs op het water. Poldersloten liggen er prachtig bij in een verstild wit landschap van berijpte weilanden. Natuurijs om naar te kijken.

En die winters zien we steeds meer voorbijkomen. Winters met regelmatig wat kijk-ijs om je aan te verlekkeren. Maar veel meer is het niet. In de nachten vriest het zelfs te kort en niet diep genoeg om op combibanen aan de slag te gaan. Ook deze ijsmeesters in den lande kunnen alleen maar afwachten in de warme huiskamer. Geen nachtelijke uren dweilen en sproeien. Het zit er nog niet in.

Het zijn van die pesterige winters, waarbij je van tevoren al weet dat het niks gaat worden. Een leger van meteorologen weet het ons al te vertellen: overdag blijft het boven nul en echte kou valt ver te zoeken. Alleen in de hogere luchtlagen. Maar wat hebben wij eraan?
Weer een dood musje dat ons even leek blij te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*